Ruszenka's roots

Kinderjaren

Ik verbleef soms maandenlang in het ziekenhuis. Ik leerde daar kijken naar lichaamstaal en ik ontwikkelde er relativeringsvermogen.

Ik groeide op, op Blauwe Zand, Amsterdam Noord, samen met mijn broertje. Het was de allermooiste plek ter wereld voor een kind. Darren op het Jeugdland, stoepranden, snoep jatten op de hoek en fikkie stoken. 

Toch paste ik er niet echt bij, als kleindochter van een Duitse bezetter uit WO2  en dochter van een Sardijnse gastarbeider. 

Buiten en op school was ik Nederland, achter onze voordeur begon Italië. Het waren strikt gescheiden werelden. De zomers brachten we door in Wenen of op Sardinië.

Mijn vader had vreselijke heimwee en wilde maar een ding: 'terug'. Hij werkte keihard en droomde op vrije dagen weg in onze met duizenden rozen overladen tuin, in zijn grote moestuin en in de keuken, waar hij zijn gemis wist om te toveren in geluksmomenten. 

Mijn moeder fotografeerde en schilderde. Ze maakte bizarre plakboeken en leidde een vrouwenpraatgroep. Ze schreef voor en illustreerde de buurtkrant. Ze zong in een koor, maakte radio, filmde, verzamelde, gaf tekenles en was in kleine kring homo-activist.

In een 5-talige mix van culturen, opvattingen en grote tegenstellingen, vond ik mijn eigen weg door te observeren, te provoceren en door alles en iedereen te bevragen. 

 

Tienertijd

Ik was een intens grietje met Wiener Blut, een Amsterdams hart en Italiaanse flair.

 

Op mijn 13de ging ik fotograferen met de Leica van mijn vader. Op mijn 16de had ik een Pentax, Polaroid, een 8mm en 'n doka.

In 1981 zag ik Hazes in ons buurthuis. Wow!  Ik las Christiane F. en besloot om voor altijd nuchter te blijven. Mijn geld ging naar plaatjes, Paradiso en de bioscoop. Voor mij geen drank en drugs, maar movies en muziek. 

Ik luisterde classic ska, soul, sixties en punk. Schubert en Gigli. Glass, Hazes en Hank Sr. 

 

Ik absorbeerde films van Fassbinder, Fellini, Rosselini, Bertolucci, Scola en Antonioni en raakte verslingerd aan documentaires.

Boeken las ik per kubieke meter:  

Böll, Beckett en Behan. De Russen en Reve. Dante en Fante. Dagerman en Armando. 

Ik lachte om Wim T. Schippers en Koot en Bie en was groot fan van Monty Python. 

 

Bij ons thuis viel weinig te lachen. Op mijn 14de liep ik tijdelijk van huis. Op mijn 16de trok ik definitief de deur achter me dicht.

Ik was een puber met een PLO sjaal, een meid met een mening. Ik demonstreerde en werd vurig pacifist. Mijn leraar Theo vd Jagt, vertelde over geweldloosheid, over Gandhi en Strategic Non Violence. Mijn leven en mijn denken waren voorgoed veranderd.